Jeugdboek

De wereld van Max

Door Annet Betsalel.
Een uitgave van het Holocaust Comité Gooise Meren.

Ter kennismaking onderstaand een voorbeeld uit het boek.

De grote vakantie

Ton en ik speelden ons favoriete spel: al voetballend over de stoep naar het dorp lopen. De bal schoot heen en weer tussen langslopende mensen. Soms waren ze bozig, maar meestal riepen ze lachend dingen als: Hup Abe en Bep! Dat waren beroemde voetballers uit het Nederlands elftal. Wij droomden allebei daar ooit in te mogen spelen.

Ineens hoorden we marsmuziek klinken uit een straat. Snel pakte ik de bal op en we renden naar de muziek toe.
Door de winkelstraat kwam een grote groep zwartgeklede mannen en jongens aangemarcheerd. Ze liepen keurig in de maat van de muzikanten die hard blazend en trommelend voor ze uit liepen. Ze droegen vaandels en zongen hard mee.
‘Kom, Max, laten we gaan!’ riep Ton, terwijl hij me aan mijn mouw trok. ‘Ik wil hier niets mee te maken hebben.’ Ik keek naar de marcherende groep mannen en herkende Lucas, een jongen uit een hogere klas. ‘Je blijft toch niet kijken naar die NSB-ers, die vriendjes van de Duitsers?’ vroeg Ton. ‘Stelletje landverraders,’

voegde hij er nog aan toe. De jongen in zijn zwarte uniform had ons al gezien. Hij marcheerde trots door maar siste tegen me: ‘Vuile rotjood, we krijgen jullie wel!’

Ik beefde van woede en wilde hem aanvliegen. Weer trok Ton aan mijn mouw en we liepen de straat uit. Terwijl de muziek nog in de verte klonk, liet ik mijn hoofd zakken: ’Ik snap het echt niet – ik heb hem
toch nooit iets gedaan?’ ‘Ach, laat het zitten, ‘zei Ton, ‘laten we naar huis gaan.’

Teruglopend naar de Stationsweg zagen we een glanzende auto langsrijden met daarin een hoge Duitse officier en zijn chauffeur. ‘Dat is de kommandant van de hele regio,’ fluisterde Ton, ‘je weet dat hij nu in die mooie villa aan het eind van de Brinklaan woont?’ Ik knikte, ‘Ja, nog een huis dat ze ingepikt hebben.’ We keken elkaar even aan en liepen toen stil door. Meestal merkten we niet zoveel van de oorlog, maar af en toe kwam het heel dichtbij.

Hoe dichtbij, merkte ik toen ik thuiskwam. Daar zag ik mama met een brief in haar hand zitten. Mijn moeder was altijd in de weer in het huis of in de winkel. Nu zat ze roerloos voor zich uit te staren. ‘Mam, wat is er?’ vroeg ik bezorgd. ‘Lees zelf maar,’ was haar antwoord.

Midden in de zomer kwam de brief als een donderslag bij heldere hemel: alle joodse kinderen moesten van school! Meteen na de vakantie zou deze regel ingaan.

‘Wat gebeurt er dan? Waar moeten we dan naar school?’ vroeg ik ongerust. Ondanks dat ik liever buiten speelde, vond ik school toch wel leuk. Ik vond het idee dat ik niet meer bij mijn vriendjes in de klas zou zitten vreselijk. ‘We verzinnen wel wat,’ probeerde mijn moeder me gerust te stellen. ‘Waarschijnlijk moeten nu alle joodse kinderen naar een nieuwe school.’ ‘Nou, ik ga even weg,’ zei ik boos en ging de deur weer uit. Dit keer ging ik naar mijn vriend Eddy, die een paar straten verderop woonde.

Eddy was bezig plaatjes in zijn voetbalalbum te plakken. Hij knikte toen ik hem opgewonden over de nieuwe regel voor joodse kinderen vertelde. ‘Ja, ik weet het al. Maar weet je, mijn vader vindt het goed dat in het kantoor beneden de lessen gegeven mogen worden. Het kantoor staat toch leeg.’ Eddy’s vader had een groot bedrijf en op de benedenverdieping was het kantoor. Maar sinds een paar weken hadden de Duitsers het bedrijf in beslag genomen. Nu was er niemand meer in het kantoor. ‘O, dat is mooi, dan hoef ik minder ver te lopen,’ zei ik al een beetje opgewekter, terwijl ik mijn voetbalplaatjes uit mijn zak haalde. De dubbele kreeg Eddy om in zijn album te plakken.

Toen ik weer thuiskwam zat mijn zus in tranen naast mijn moeder. ‘Wat is er nou weer?’ vroeg ik. Als antwoord kon ze alleen maar sniffen. Mijn moeder antwoordde in haar plaats: ‘Ze moet van accordeon les af.’ Shelly begon hard haar neus te snuiten. Ik snapte wel dat ze overstuur was. Shelly was zo trots geweest toen ze van de muziekschool een nieuwe accordeon had gekregen om op te spelen. Laatst had ze nog met het accordeonklasje een optreden gegeven. De hele familie was daar natuurlijk bij geweest en had om het hardst geklapt toen Shelly haar stuk had gespeeld.

Bezorgd dacht ik aan mijn eigen voetbalclub en weer rende ik de deur uit. Ik racete op mijn fiets naar BFC, de club waar ik al voetbalde sinds ik zes jaar was. Ik smeet mijn fiets tegen het hek om naar het clubhuis te rennen. Plotseling stopte ik. Voor me hing een gloednieuw bordje. Ik werd koud van binnen en las de grote zwarte woorden vol ongeloof: VOOR JODEN VERBODEN.

Met gebogen hoofd liep ik terug naar mijn fiets, maar van binnen kookte ik. Wacht maar, dacht ik, als deze rotoorlog voorbij is, ga ik weer voetballen en word ik net zo goed als Abe en Bep, beter zelfs. Woedend fietste ik naar huis.

De grote vakantie was begonnen.

VIDEO LINK:
Max wil voetballen.

Mocht u geïnteresseerd zijn in dit boek kunt u zich hiervoor onderstaand aanmelden.
De stichting Holocaust Comité Gooise Meren wil De Wereld van Max dit najaar in eigen beheer uitgeven en gratis verstrekken aan schooljeugd in Gooise Meren. Hiervoor worden nog donateurs gezocht. Bij een donatie vanaf 25 euro aan de stichting ontvangt de donateur een gesigneerd exemplaar. Een bijdrage kan overgemaakt worden aan stichting Holocaust Comité Gooise Meren, rekeningnummer NL82 RABO 0333 1139 42 onder duidelijke vermelding van naam en adres. Zodra het boek is verschenen, wordt het boek opgestuurd.